San Sebastian, Spain
pintxos, beaches, Basque coast, viewpoints
Parte Vieja, San Sebastian
Je eerste ochtend in San Sebastián begint zoet, bij Pastelería Otaegui aan de rand van de Parte Vieja. Neem een pantxineta (bladerdeeg met amandel en banketbakkersroom) bij een korte koffie en kijk pas daarna op de kaart. Vanaf daar loop je in een kwartier naar La Concha, waar de promenade met dat witte smeedijzeren hek de hele baai volgt. Rond het middaguur ga je Monte Urgull op, de beboste heuvel tussen de baai en de oude stad, met het Christusbeeld en de resten van kasteel La Mota bovenop. Daarna lunch bij La Cuchara de San Telmo, waar de pintxos warm uit de keuken komen in plaats van op de toonbank te liggen. De middag is voor doelloos dwalen rond Plaza de la Constitución. Zodra de zon zakt begint de pintxoronde. Eén hapje, één klein glas, door naar de volgende bar.
Goede schoenen zijn vandaag belangrijker dan wat dan ook, want de paden op Monte Urgull zijn aangestampte aarde en steen en op plekken ongelijk. Neem een dun jasje mee voor boven, zodra je boven de bomen uitkomt trekt de wind vanaf zee behoorlijk aan. La Cuchara zit rond 13.30 uur vol, dus wees op tijd of reken op wachten bij de deur. In de bars betaal je per pintxo plus je glas txakoli of wijn, en in kleinere zaken zoals Txepetxa is contant geld nog steeds handig. Reserveer geen zittend diner, dat haalt het idee van de ronde onderuit.
Alles van vandaag doe je lopend, geen stap is meer dan een kleine twintig minuten. Alleen Monte Urgull klimt echt, dus reken op extra tijd omhoog als iemand het rustiger aan doet. Langs de paden staan bankjes. De straten in de oude stad zijn smal en grotendeels autovrij, dus zodra je binnen bent kun je de kaart wegleggen en gewoon het rumoer volgen naar de volgende bar.
De etiquette is simpel. Je prikkers blijven op je bordje liggen, want daarmee telt de barman aan het eind je rekening op. De lunchservice in de oude stad loopt tegen 15.30 uur af, vandaar dat de middag hier voor wandelen is en niet voor eten. En als een bar om acht uur leeg oogt, is dat geen slecht teken. Baskische eters komen later, en de echte drukte begint rond negenen.
Pasteleria Otaegui
Klassieke Baskische banketbakkerij met café in San Sebastián, bekend om taart en gebak achter glazen vitrines langs de toonbank.
La Concha Beach
La Concha is de schelpvormige baai en het stadsstrand van San Sebastián, met een lange boulevard en dat bekende witte hek erlangs.
Monte Urgull
Beboste heuvel van ruim 120 meter tussen de oude stad en de baai, met wandelpaden, oude vestingwerken en uitzicht over heel San Sebastián.
La Cuchara de San Telmo
Klein staanbarretje in de oude stad, in een steegje achter het San Telmo-museum, waar de pintxos warm uit de keuken komen in plaats van op de toonbank te liggen.
Parte Vieja
Parte Vieja is de oude stad van San Sebastián, een dicht raster van smalle straten onder Monte Urgull, vol kerken en pintxobars.
Pintxos crawl
Een avondronde langs meerdere pintxobars in de Parte Vieja, waarbij je per zaak één hapje en één klein glas neemt en dan doorloopt.
Monte Igueldo, San Sebastian
Vandaag draait om de westkant van de baai en daarna de overkant van de rivier. Je begint bij Ondarreta, het strand waar de stad zelf zwemt, onder de tuinen van paleis Miramar. Daarna pak je de kabelspoorweg uit 1912 omhoog naar Monte Igueldo, waar een ouderwets pretparkje en het bekendste uitzicht van de stad op je wachten. Beneden aan de rotsen staat Peine del Viento van Eduardo Chillida, drie stukken cortenstaal in de rots, met openingen in de stenen vloer waar de zee doorheen blaast. Lunchen doe je bij Branka, pal naast het beeld, met de branding achter het glas. In de middag steek je over naar Gros voor Zurriola, het surfstrand, en 's avonds eet je pintxos bij Bar Bergara.
Neem zwemspullen mee, Ondarreta is 's ochtends nog rustig en het water er is ondiep. Koop je kaartje voor de funicular beneden bij het stationnetje en neem meteen een retour, want naar beneden lopen kost je een halfuur langs de weg. Boven betaal je de attracties per rit, dus je hoeft geen pretparkkaartje te kopen om alleen voor het uitzicht te komen. Bij Peine del Viento is het spektakel het grootst bij hoog water en wat wind, dus kijk vooraf even naar het getij. Voor Branka reserveer je beter, zeker in het weekend.
Van de oude stad naar Ondarreta is het ruim twee kilometer langs de boulevard, een halfuur wandelen, of je pakt een stadsbus van dbus die de baai volgt. Het onderstation van de funicular ligt aan het einde van Ondarreta, en Peine del Viento is vanaf datzelfde punt vijf minuten lopen langs het water. Voor de oversteek naar Gros loop je terug door het centrum en over de brug bij Zurriola, reken ook daar op een halfuur.
De twee kanten van de stad hebben een ander ritme. In Gros zijn de bars ruimer en het publiek jonger, en de pintxos komen er vaker warm en op bestelling. Txakoli wordt van hoogte ingeschonken zodat hij even opbruist, en je krijgt telkens maar een bodempje, dat hoort zo. Op Zurriola zijn surfers en zwemmers met boeien gescheiden, en de vlaggen bij de reddingsposten zijn geen decoratie, de stroming bij de monding van de Urumea kan stevig zijn.
Ondarreta Beach
Stadsstrand aan de westkant van de baai, tussen paleis Miramar en de voet van Monte Igueldo, en rustiger dan La Concha.
Monte Igueldo
Heuvel van zo'n 180 meter aan de westkant van de baai, met een oude kabelspoorweg, een klein ouderwets pretpark en het bekendste uitzicht van de stad.
Peine del Viento
Drie stalen sculpturen van Eduardo Chillida, verankerd in de rotsen aan het westelijke uiteinde van de baai, op een terras van architect Luis Peña Ganchegui.
Branka
Restaurant met een glazen gevel pal naast Peine del Viento, met uitzicht over de rotsen en de branding.
Gros surf beach
Zurriola is het surfstrand van San Sebastián, aan de kant van de wijk Gros, open naar zee en daardoor met echte deining.
Bar Bergara
Pintxobar in de wijk Gros, bekend als een van de zaken die de moderne, hapklare pintxo groot maakte.
Getaria, Spain
Vandaag ga je de stad uit, westwaarts langs de kust. Zarautz komt eerst, met het langste strand van de provincie en een boulevard om de benen te strekken. Daarna Getaria, een vissersdorp van een paar straten dat om zijn haven heen ligt met wijngaarden erboven. Je klimt naar de kerk van San Salvador, waar de houten vloer helt als een scheepsdek en de straat dwars onder het gebouw door loopt. Het Balenciaga-museum staat honderd meter verderop, in en naast het oude paleis waar de couturier als jongen over de vloer kwam. De lunch bij Elkano is het middelpunt van de dag, met tarbot van de houtskoolgrill. Daarna txakoli bij Txomin Etxaniz en een laatste rondje langs de kade richting El Ratón, als de boten binnenkomen.
Elkano boek je weken vooruit, anders kom je er niet in. Wil je goedkoper eten, dan liggen er langs de haven meerdere grillrestaurants met dezelfde vis en dezelfde sintels voor een fractie van de prijs. Het museum is op maandag vaak gesloten, dus controleer de openingstijden voordat je vertrekt. Neem een windjack mee, want boven bij de kerk en op de landtong staat bijna altijd wind. En als je bij het wijngoed gaat proeven, laat dan iemand rijden of neem de bus terug.
Met de auto ben je in een klein uur in Getaria via de kustweg N-634, mooi maar bochtig. Over de snelweg AP-8 gaat het sneller en een stuk saaier. Zonder auto neem je de streekbus van Lurraldebus vanaf Donostia richting Zarautz en Zumaia, die in beide dorpen stopt. De trein van Euskotren komt wel in Zarautz, maar niet in Getaria. In Getaria zelf loop je alles binnen tien minuten, al gaat het steil omhoog van de haven naar de kerk. Tussen Zarautz en Getaria ligt een oud kustpad van ongeveer 3,5 km.
Vis wordt hier heel geserveerd en aan tafel gedeeld, en vaak vraagt de bediening welk exemplaar je wilt voordat het op de grill gaat. De beste stukken zijn volgens Baskische eters niet de filets maar de kop, de kin en het vel bij de vinnen, dus laat die niet staan. Txakoli drink je jong en koud, in kleine hoeveelheden tegelijk. Houd er verder rekening mee dat zo'n lunch makkelijk drie uur duurt. Dat is geen vertraging, dat is de bedoeling.
Getaria and Zarautz
Twee kustplaatsen ten westen van San Sebastián, Zarautz met het langste strand van Gipuzkoa en Getaria met een vissershaven onder de txakoliwijngaarden.
San Salvador Church, Getaria
Gotische kerk boven de haven van Getaria, met een hellende houten vloer en een straat die dwars onder het gebouw door loopt.
Cristobal Balenciaga Museum
Modemuseum in Getaria gewijd aan Cristóbal Balenciaga, gebouwd rond een negentiende-eeuws paleis met een donkere glazen uitbreiding.
Elkano
Restaurant in Getaria met een Michelinster, gebouwd rond de houtskoolgrill en beroemd om hele tarbot.
Txomin Etxaniz txakoli tasting
Wijngoed boven Getaria en een van de bekendste producenten van Getariako Txakolina, met wijngaarden die op zee uitkijken.
Getaria harbor and El Raton
De vissershaven van Getaria met daarachter Monte San Antón, het beboste schiereiland dat iedereen El Ratón noemt, de muis.
Maak een gratis Travolp-account, dan zetten we een kopie van deze reis in jouw atlas. Aanpassen, uitbreiden, helemaal van jou maken.
Eén afbeelding van de hele reis, per dag een kaart, klaar om te printen of in de groepschat te zetten.